Paragrafen

Lokale heffingen

Belastingen

OZB

De belangrijkste eigen inkomstenbron van de gemeente wordt gevormd door de onroerendezaakbelasting (OZB). De OZB wordt geheven op onroerende zaken binnen de gemeente. Het is een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoren en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen.  
Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten jaarlijks worden verhoogd met de inflatie (CPI van juni) en geschatte groei. De opbrengsten minus geschatte groei worden vervolgens omgeslagen naar de totale waarde (exclusief areaaluitbreiding) van het onroerend goed in de gemeente (herwaardering). Net als voorgaande jaren heeft er geen indexatie plaatsgevonden over gebruikers van niet-woningen. Hier hebben we voor gekozen omdat de gebruikers van voormalig Langedijk bij de harmonisatie een forse tariefsverhoging hebben gehad.  
De berekening van de tarieven (percentages) voor 2026 volgt zodra de heffingsgrondslag definitief berekend is. De definitieve groei op basis van de areaaluitbreiding wordt pas rond oktober/november 2026 bekend. Dit wordt opgenomen in de verordening die 9 december 2025 bij de raad voorligt. 

Parkeerregulering openbare weg

De begrote opbrengst vloeit voort uit de opgezette parkeerexploitatie en bestaat uit de opbrengst van parkeervergunningen, de opbrengst van betaald parkeren on street (P+R terrein zuidzijde station) en de opbrengst van naheffingen P+R terrein. De tarieven worden geheven op basis van de Parkeergeldverordening.  

Toeristenbelasting

Over overnachtingen van niet-ingezetenen in hotels, pensions of andere vakantieonderkomens in Dijk en Waard wordt toeristenbelasting geheven. De belasting wordt geheven bij degene die de gelegenheid tot overnachting biedt (zoals de hotelier of de pensionhouder). Diegene mag de belasting doorberekenen aan de gast.  
Toeristenbelasting wordt geheven over het aantal overnachtingen en bij seizoenplaatsen over het aantal plaatsen per maand.   

Forensenbelasting

Forensenbelasting wordt geheven bij degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar in een gemeubileerde woning in Dijk en Waard woont of verblijft zonder hier een hoofdverblijf te hebben. 

Heffingen

Afvalstoffenheffing

Het product 'afval en grondstoffen' kent een eigen financieringsgrondslag: de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing staat los van de CPI we jaarlijks toepassen op verschillende leges en tarieven. De tarieven van de afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn. Hierdoor kunnen ze jaarlijks omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van de ontwikkeling in de kosten en opbrengsten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. 

De afvalstoffenheffing wordt geheven over het inzamelen en verwerken van het huisvuil volgens de Wet milieubeheer. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt beïnvloed door meerdere factoren. Denk aan de inzet van personeel en materieel, de verwerking van afvalstromen en de toerekening van overhead en compensabele btw. Daarnaast speelt het aantal huishoudens mee waarover de totale kosten worden verdeeld.  
Voor de toerekening van de kosten zijn de huishoudens verdeeld in twee heffingscategorieën: eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Bij de berekening van het tarief maken we onderscheid tussen vaste kosten en variabele kosten.  
Vaste kosten zijn vooral de kosten voor de inzameling (personeel en materieel), kwijtschelding en overhead (€ 7.336.000). Variabele kosten zijn het saldo van de verwerkingskosten en opbrengsten van het afval en de grondstoffen (€ 3.816.000). 
De opbrengsten bestaan uit vergoedingen voor de afvalstromen, zoals pmd (plastic, metaal en drankkartons), metalen, elektrische en elektronische apparaten, oud papier en karton, glas. 
Het vaste deel wordt over het totaal aantal huishoudens gelijk verdeeld, ongeacht de heffingscategorieën. Het variabele deel wordt op basis van een verdeelsleutel (1:2) toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Meerpersoonshuishoudens betalen dus twee keer zoveel verwerkingskosten.  
Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. Ons uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Onderstaande tabel laat zien wat de kostendekkendheid is van de afvalstoffenheffing.

Taakveld 7.3 Afval

x € 1.000

Netto kosten

Kosten inzameling inclusief toegerekende rente

€ 10.071

Inkomsten, exclusief heffingen

€ -1.363

Totaal netto kosten

€ 8.708

Toe te rekenen kosten

Overhead inclusief toegerekende rente

€ 1.360

BTW

€ 1.084

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2.444

Totaal kosten

€ 11.152

Opbrengsten afvalstoffenheffing

€ 11.152

Dekkingspercentage

100%

Rioolheffing

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer van het afval- en regenwater en het verwerken van overtollig grondwater. De heffing hiervoor mag maximaal kostendekkend zijn en alleen die kosten bevatten die in de wet genoemd zijn.  
De rioolheffing wordt geheven bij de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.  
De rioolheffing is een kostendekkende heffing. Dit betekent dat gemeente deze heffing gebruikt om de kosten te dekken die worden gemaakt voor rioolbeheer. Er is dus geen directe relatie met inflatie of andere economische indexen. De hoogte van de heffing wordt voornamelijk bepaald door de daadwerkelijke kosten van deze diensten (waaronder onderhoud van het riool). Wanneer de kosten stijgen (door hogere loonkosten, energieprijzen of onderhoudskosten), past de gemeente de tarieven aan. Het tarief wordt daardoor niet geïndexeerd met het CPI. 
Onderstaande tabel laat zien wat de kostendekkendheid is van de rioolheffing

Taakveld 7.2 Riolering

x € 1.000

Netto kosten

Kosten riolering inclusief toegerekende rente

€ 9.613

Inkomsten, exclusief heffingen

€ -75

Totaal netto kosten

€ 9.538

Toe te rekenen kosten

Overhead inclusief toegerekende rente

€ 898

BTW

€ 1.756

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2.653

Totaal kosten

€ 12.191

Baten

Opbrengsten rioolheffing

€ 12.191

Lijkbezorgingsrechten

Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingsrechten is volledige kostendekking voor:  

  • de uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud) 
  • het begraven 
  • de algemene kosten voor het in stand houden van de gemeentelijke begraafplaatsen  

De aanvrager betaalt lijkbezorgingsrechten om alle kosten te dekken die hij direct veroorzaakt. De gemeente betaalt de kosten die betrekking hebben op het deel van de begraafplaats dat nog niet in gebruik is.  
Hoewel het uitgangspunt van de tarieven dus volledige kostendekking is, komt dat niet in onderstaande tabel tot uiting. Dit komt doordat de kosten als gevolg van de leegstand op de begraafplaatsen ten laste van de gemeente komen. 
De kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten 2026 is als volgt berekend:

Taakveld 7.5 Begraafplaatsen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 637

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 637

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 178

BTW

Totaal toe te rekenen kosten

€ 178

Totaal kosten

€ 815

Begrote opbrengsten

€ 430

Dekkingspercentage

53%

Marktgelden

De marktgelden zijn van kracht voor de maandagmarkt op het Raadhuisplein en de jaarmarkt (Centrumwaard - Middenweg). Marktgelden zijn de tarieven die in rekening worden gebracht voor het innemen van een standplaats op één van deze markten. De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%). Deze verhoging zorgt er nog niet voor dat de tarieven kostendekkend zijn. Het behouden van de maatschappelijke en sociale functie van de markt is de reden om geen 100% kostendekkende tarieven te hebben.  

De weekmarkt bij winkelcentrum Broekerveiling is een verzelfstandigde markt en ondergebracht in een stichting. Bij deze stichting liggen de lasten en daar vallen ook de baten. De gemeente heft hier geen marktgelden. De stichting betaalt voor het gebruik van de openbare ruimte een jaarlijkse vergoeding. 

Taakveld 3.3 Marktgelden

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 29

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 29

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 6

BTW

€ 3

Totaal toe te rekenen kosten

€ 9

Totaal kosten

€ 38

Begrote opbrengsten

€ 30

Dekkingspercentage

79%

Liggeld vaartuigen

Recreatiehaven Broekhorn moet 100% kostendekkend zijn. Daarom worden de kostendekkendheid van Broekhorn en de haven in Broek op Langedijk apart weergegeven. 

Recreatiehaven Broekhorn Heerhugowaard

De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente de Recreatiehaven Broekhorn en de hierbij liggende camperplaatsen (zie ook: Camper-gelden). De tarieven zijn geïndexeerd conform de uitgangspunten. 

De opbrengsten uit liggelden worden gebruikt voor havengerelateerde kosten. Het gaat om zowel directe kosten (zoals schoonmaak, energie, waterverbruik, afvalverwerking en dagelijks onderhoud) als indirecte kosten (zoals toezicht, administratie, verzekeringen en afschrijvingen op investeringen). Ook de beheerkosten van de stichting vallen hieronder. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op met de CPI van juni (voor 2026 is het percentage 3,1%). 
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de haven Broekhorn. 

Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 49

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 49

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 8

Totaal toe te rekenen kosten

€ 8

Totaal kosten

€ 57

Begrote opbrengsten

€ 57

Dekkingspercentage

100%

Haven Broek op Langedijk

De gemeente is verantwoordelijk voor de haven en de sluis in Broek op Langedijk. De haven heeft zones waar passanten kunnen aanleggen. Het tarief is per strekkende meter. In de winterperiode kunnen de plekken gebruikt worden voor winteropslag. 
De haven van Broek op Langedijk is niet kostendekkend, de tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%). Vanwege investeringen in de ICT-infrastructuur, nieuwe steigers en hogere personeelskosten is het tarief daarnaast met 10% extra verhoogd. 
Na het realiseren van het project Havenplein wordt gekeken naar een geleidelijke verhoging van de tarieven om deze haven in de toekomst (meer) kostendekkend te krijgen. 
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid voor de haven Broek op Langedijk. 

Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 80

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 80

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 13

Totaal toe te rekenen kosten

€ 13

Totaal kosten

€ 93

Begrote opbrengsten

€ 6

Dekkingspercentage

7%

Campergelden

De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente zowel de havenfaciliteiten als de bijbehorende camperplaatsen. De tarieven voor de camperplaatsen zijn vastgesteld op basis van het principe van kostendekkendheid. 
De opbrengsten uit campergelden worden gebruikt voor de kosten die gerelateerd zijn aan de camperplaatsen. Het gaat om zowel directe kosten (zoals schoonmaak, energie, waterverbruik, afvalverwerking en dagelijks onderhoud) als indirecte kosten (zoals toezicht, administratie, verzekeringen en afschrijvingen op investeringen). Ook de beheerkosten van de stichting vallen hieronder. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%). 
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de campergelden

Taakveld 2.3 Campergelden

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 15

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 15

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 2

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2

Totaal kosten

€ 17

Begrote opbrengsten

€ 17

Dekkingspercentage

100%

Sluisgelden

De bediening en het dagelijks beheer van de sluis in Broek op Langedijk vallen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. De sluis wordt op locatie bediend door een sluiswachter, vaartuigen die de sluis passeren moeten sluisgeld betalen. 
De opbrengsten zijn een bijdrage in de kosten, maar zijn verre van kostendekkend. De vaste kosten (waaronder onderhoud en beheer) zijn relatief hoog ten opzichte van het aantal gebruikers van de sluis. Door het relatief lage aantal passages en de vaste personele inzet is volledige kostendekkendheid niet haalbaar zonder het tarief fors te verhogen. Een kostendekkend tarief zou zo hoog zijn, dat het gebruik van de sluis zou dalen.  
De sluis vormt een belangrijke schakel in de vaarroute door het Rijk der Duizend Eilanden. Door het tarief laag te houden, wordt het gebruik van de sluis gestimuleerd, wat bijdraagt aan een aantrekkelijk recreatieaanbod en versterking van de lokale economie. Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de sluisgelden. 

Taakveld 2.3 Sluisgeld

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 134

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 134

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

BTW

€ 27

Totaal toe te rekenen kosten

€ 27

Totaal kosten

€ 161

Begrote opbrengsten

€ 9

Dekkingspercentage

6%

Leges

Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. De leges mogen per hoofdstuk maximaal kostendekkend zijn. Over de leges heeft een indexatie plaatsgevonden, behalve voor van overheidswege gemaximeerde tarieven. De indexatie is gebaseerd op de ontwikkeling van de overhead en loonkosten (inclusief cao-ontwikkelingen). Hieronder vindt u een overzicht van de kostendekkendheid van de leges in 2026.  
Hoofdstuk 1 = Algemene dienstverlening, bijvoorbeeld uitgifte van rijbewijzen, uittreksels, en inkomsten voor de ondergrondse infrastructuur en gehandicaptenkaarten 
Hoofdstuk 2 = Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, bijvoorbeeld het verlenen van vergunningen voor het bouwen van woningen 
Hoofdstuk 3 = Europese dienstenrichtlijn, bijvoorbeeld vergunningen in het kader van horeca en evenementen 
Bij de behandeling van de legesverordening 2026 in december van dit jaar gaan we in op de kostendekkendheid per paragraaf. Na het beëindigen van het boekjaar 2026 zal via de jaarrekening 2026 de werkelijke kostendekkendheid worden weergegeven.  
Hoofdstuk 1 
Dit hoofdstuk komt uit op 78% kostendekkendheid. Volledige kostendekkendheid is niet mogelijk aangezien veel tarieven van overheidswege gemaximeerd zijn. Een paar voorbeelden hiervan zijn de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen, en kansspelbelasting. 

Hoofdstuk 2  
Voor hoofdstuk 2 is een uitgebreid kostendekkingsonderzoek uitgevoerd, waarbij zowel kosten als opbrengsten nauwkeurig zijn geactualiseerd en beter onderbouwd. Ten opzichte van de begroting 2025 zijn zowel de kosten als de opbrengsten gestegen. De kostendekkendheid komt hierdoor uit op 105%. Deze hogere dekking is toegestaan op basis van jurisprudentie, die kruissubsidiëring tussen hoofdstukken mogelijk maakt.  
Hoofdstuk 3  
Ook voor hoofdstuk 3 is een kostendekkingsonderzoek uitgevoerd, waarbij kosten en opbrengsten beter in beeld zijn gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat eerder niet alle directe kosten aan dit hoofdstuk werden toegerekend. Na correctie komt de kostendekkendheid voor dit hoofdstuk uit op 43%.  
Legestabel 
Onderstaande tabel laat zien dat de kostendekkendheid voor hoofdstuk 2 uitkomt op 105%. Uit jurisprudentie blijkt dat zogenoemde kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken van de legesverordening is toegestaan. Op verordeningsniveau mag deze maximaal kostendekkendheid zijn. In totaal is de legesverordening meer kostendekkend geworden: van 90% in 2025 naar 95% in 2026. 

Leges

x € 1.000

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoordstuk 3

Netto kosten

Kosten

€ 1.650

€ 3.173

€ 55

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 1.650

€ 3.173

€ 55

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 819

€ 1.102

€ 46

BTW

Totaal toe te rekenen kosten

€ 819

€ 1.102

€ 46

Totaal kosten

€ 2.469

€ 4.275

€ 101

Begrote opbrengsten

€ 1.935

€ 4.508

€ 43

Dekkingspercentage

78%

105%

43%

Deze pagina is gebouwd op 10/14/2025 15:23:41 met de export van 10/14/2025 15:20:03